De tickets zijn besteld.

Binnen een tiental weken trekken we
met kinders en al naar Husband’s thuisland: Ecuador. Het voelt vreemd opwindend
om na 10 jaar (10 jaar! Iemand wees me er fijntjes op dat ik de vorige nog
filmrolletjes moest meenemen!) eindelijk weer eens een echte reis voor te
bereiden.

Eerste punt op de agenda is het
checken van het reisadvies omtrent vaccinaties. Dat valt dik tegen: er is duidelijk nog geen verbetering in ’s lands hygiënische, bacteriologische en
andersoortige toestand. Het is dus een serieuze waslijst: gele koorts,
hepatitis A en B, tetanus, difterie, kinkhoest, polio, buiktyfus en
hondsdolheid.

Mijn lijf doet al lichtelijk pijn wanneer ik eraan denk. Ik ben
namelijk een ongelofelijk seut voor prikken. De vorige keer (16 jaar geleden!)
heb ik na mijn bezoek aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde een week met
een lam armpje en een zere bil rondgelopen. En dan heb ik het nog niet over de
malariapillen en de voorzorgsmaatregelen tegen dengue en chagas. Het lijkt
begot alsof we te voet en naakt het continent gaan doorkruisen!

Maar goed, we gaan niet neuten. Een
mens moet er wat voor over hebben om naar de andere kant van de wereld te
trekken en zich daarbij veilig te voelen voor allerlei vreselijke ziektes.

Bij een volgende gelegenheid kunt u een uitgebreid verslag verwachten van ons wedervaren.
Met ongetwijfeld talrijke foto’s van zere billen en armen en huilende kinders!